• Home
  • Fiscaliteit & Wetgeving

Fiscaliteit & Wetgeving

 

DEELECONOMIE: DE WET IS ER!

Het fiscale luik van de programmawet van 1 juli 2016 voert een nieuw fiscaal stelsel in voor bepaalde inkomsten die voortvloeien uit de deeleconomie.

WAT HOUDT DE DEELECONOMIE IN?

Binnen de deeleconomie consumeren, produceren en verhandelen mensen onderling producten, diensten, kennis en geld, gefaciliteerd door peer-to-peer marktplaatsen, business-to-business marktplaatsen en coöperatieven.

Peer-to-peer marktplaatsen zijn doorgaans elektronische platformen waar transacties van goederen en diensten worden gerealiseerd tussen gelijkwaardige partijen. Het platform brengt vraag en aanbod bij elkaar. Het wordt onderhouden en ontwikkeld door een derde partij, die vaak ook tussenkomt bij de afhandeling van de financiële kant van de transactie.

BEROEPSINKOMSTEN OF DIVERS INKOMEN?

De vraag die zich opdringt is hoe de inkomsten die gegenereerd worden door dergelijke activiteiten fiscaal gekwalificeerd worden: als beroepsinkomsten of divers inkomen?

De kwalificatie als beroepsinkomsten is een feitenbeoordeling, waarbij rekening wordt gehouden met de aard en de frequentie van de verrichte handelingen, hun onderling verband, hun belang en de organisatie die dit vereist, het feit of er al dan niet met geleend kapitaal wordt gewerkt of met andere personen wordt samengewerkt, het feit of het een nevenactiviteit betreft die nauw aansluit bij de hoofdactiviteit, enz.

Gelet op deze (soms onzekere) feiten, heeft de regering beslist om een specifieke regeling in te voeren voor inkomsten uit diensten zoals het onderhouden van een tuin, het verstellen van kledij of het geven van gitaarles die een particulier levert aan een andere particulier door tussenkomst van een online platform dat erkend is.

EIGENSCHAPPEN VAN HET NIEUWE SPECIFIEKE FISCAAL STELSEL

Mits bepaalde voorwaarden nageleefd worden (hieronder toegelicht), zullen de bedoelde inkomsten onderworpen worden aan een specifiek fiscaal stelsel dat van kracht is sinds 1 juli 2016. Ze zullen worden belast tegen een aanslagvoet van 20 %, na toepassing van een forfait van forfaitaire beroepskosten van 50%, indien :

  • de diensten uitsluitend worden verleend aan natuurlijke personen die niet handelen in het kader van hun beroepswerkzaamheid;
  • de diensten uitsluitend worden verleend in het ;kader van overeenkomsten die tot stand zijn gebracht door tussenkomst van een erkend elektronisch platform of een elektronisch platform dat door een overheid wordt georganiseerd;
  • de vergoedingen met betrekking tot de diensten enkel door het platform of door tussenkomst van dat platform aan de dienstverrichter worden betaald of toegekend.

Opgelet: dubbel drempelbedrag

  • Dit specifieke fiscale stelsel geldt enkel voor de inkomsten beneden een drempelbedrag (basisbedrag: € 3 255/jaar, geïndexeerd tot € 5 000 voor de inkomsten 2016 maar teruggebracht tot € 2 500 in 2016 vermits het stelsel pas in werking treedt op 1 juli). Zodra dit drempelbedrag wordt overschreden, worden alle inkomsten voor het lopende jaar beschouwd als gewoon beroepsinkomen (gebruikelijke regels);
  • Werd de drempel tijdens het vorige kalenderjaar overschreden, dan worden de ontvangsten van het lopende tijdperk, ongeacht het bedrag ervan, beschouwd als ‘gewone’ beroepsinkomsten.

Om te beoordelen of de grens van € 5 000 al dan niet overschreden is, wordt rekening gehouden met het brutobedrag van de vergoedingen die voor de diensten worden betaald of toegekend. Dat brutobedrag is gelijk aan het bedrag dat door het platform zelf (of via zijn tussenkomst) effectief is betaald of toegekend aan de dienstverrichter, verhoogd met de sommen die zijn ingehouden (bedrijfsvoorheffing, kosten, commissies, belastingen, enz.).

WELKE FORMALITEITEN?

De platformen die als tussenpersoon fungeren zullen op de vergoedingen die verplicht via hen passeren een bedrijfsvoorheffing moeten inhouden en doorstorten aan de FOD Financiën.

Elk platform zal ook jaarlijks een inlichtingenfiche moeten opstellen, die hij bezorgt aan de belastingadministratie en de dienstverrichter.

Deze nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de inkomsten betaald of toegekend vanaf 1 juli 2016 maar moeten nog in uitvoeringsmaatregelen gegoten worden.

Bronnen: Programmawet van 1 juli 2016, B.S. 4 juli 2016 (ed.2) en Memorie van toelichting bij het ontwerp van programmawet van 2 juni 2016 (Kamer van Volksvertegenwoordigers doc 54 1875/001).

 

Fiscaliteit – BTW-plichtig

Ben ik als huiskok BTW-plichtig?

Je bent niet verplicht om als huiskok BTW-plichtig te zijn.
Maar als je als hobbykok ook zelfstandige bent in bijberoep, dan heb je een ondernemingsnummer en kan je kiezen of je al dan niet BTW-plichtig wilt zijn.
In dit geval kan je je ondernemingsnummer activeren als BTW-nummer en dan ben je BTW-plichtig.

Er zijn verschillende regelingen als BTW-plichtige. Dit hangt af van je jaaromzet.
Hieronder vind je meer info.
Aarzel niet om ons te contacteren bij twijfel.

   -Vrijstellingsregeling kleine ondernemingen

Als de jaaromzet van je onderneming minder dan 25.000 euro (exclusief btw) bedraagt (wat voor vele zelfstandigen in bijberoep het geval is) kan je in sommige gevallen kiezen voor de vrijstellingsregeling. Dan hoef je je niks aan te trekken van de BTW.

   -Kwartaalaangiften

Tot een omzet van een 2.500.000 euro (exclusief btw) kan je kiezen voor kwartaalaangiften.

   -Maandaangiften

Is je jaaromzet hoger dan 2.500.000 euro (exclusief btw), dan moet je maandaangiften doen.

   -Forfaitaire aangiften

Je kan van de forfaitaire regeling genieten als je onderneming voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • het moet gaan om een natuurlijke persoon, een bvba, een Comm. V. of een VOF
  • minstens 75 % van de omzet moet bestaan uit handelingen waarvoor geen factuur moet worden uitgereikt (kappers, bakkers, slagers, caféhouders, apothekers, enzovoort)
  • de jaarlijkse omzet mag niet meer bedragen dan 750.000 euro (exclusief btw).

Wat is de kostprijs om je ondernemingsnummer te activeren als BTW-nummer ?

De kostprijs om je ondernemingsnummer te activeren als BTW nummer is 55 euro + 21% btw.

Mogen werklozen bijklussen?


Werklozen mogen bijklussen als zelfstandige zonder uitkering te verliezen

za 01/10/2016 – 14:44 Ellen Maerevoet, Belga

Werklozen mogen voortaan een activiteit opstarten als zelfstandige in bijberoep, zonder daardoor hun uitkering te verliezen. Dat heeft de federale regering beslist. De regering hoopt op deze manier meer werklozen te activeren om als zelfstandige te beginnen.
Tot nu mochten werklozen niets in bijberoep beginnen als ze hun uitkering wilden behouden. Nochtans worden zelfstandigen in bijberoep uiteindelijk vaak volledig zelfstandige. Eind vorig jaar waren er volgens minister van Middenstand Willy Borsus (MR) 237.513 zelfstandigen in bijberoep. “Bovendien zijn vorig jaar 10.825 zelfstandigen in bijberoep hoofdberoepers zijn geworden. Het is overduidelijk dat de zelfstandige activiteit in bijberoep dus één van de toegangspoorten is tot een activiteit in hoofdberoep en dus naar werk.”

De maatregel moet volgens Minister van Werk Kris Peeters (CD&V) de werklozen helpen de stap te zetten naar een zelfstandige activiteit: “Gedurende 12 maanden kunnen zij een activiteit als zelfstandige combineren met een deel van hun uitkering. Dit is nog maar eens een bewijs van het activeringsbeleid van de regering dat zich hier manifesteert in de vorm van een aanmoediging.”

De nieuwe maatregel zal een persoon die al een werkloosheidsuitkering krijgt in staat stellen een activiteit als zelfstandige in bijberoep op te starten (onder bepaalde voorwaarden). Vroeger kon hij deze 2 activiteiten enkel cumuleren als hij al zelfstandige in bijberoep was vooraleer een werkloosheidsuitkering te genieten. Bovendien kon de zelfstandige activiteit niet plaatsvinden tussen 7 en 18 uur, moest het werkloosheidsbureau zijn fiat geven en was de cumul beperkt tot een bepaald bedrag.

Er is een aantal grenzen ingebouwd voor de nieuwe regeling. Zo is de cumul slechts mogelijk gedurende 12 maanden vanaf de aanvang van de activiteit, mag de werkloosheid niet het resultaat zijn van de stopzetting of de vermindering van het werk als loontrekkende om het voordeel van de cumul te bekomen, en kan de cumul niet voor een zelfstandige activiteit die in de voorbije 6 jaar al als hoofdberoep werd beoefend.